Ziek zijn, zieker worden

Het begon als een stem in mijn hoofd, vorige week woensdag: een stem die verhaalde over de hoestende eenling achterin een treinwagon, over het lot dat mij op de hielen zat en – al naar gelang mijn aftakelende conditie – met steeds bredere schreden en diepere halen voorbij wou snellen. Op donderdagochtend, de 17e oktober (een datum waarin toch een zeker revolutionair elan verscholen ligt) van het jaar 2010 (even nietszeggend als het jaar 1910), staarde het virus mij al in het gezicht vanachter een bevende krant, slechts twee stoelen verderop. De lucht vergrijsde, alsof het zwakke geel onderaan de bagagerekken als een uitgedunde waterval op een onzichtbare barrière van rook en ellende uit elkaar viel, om dan in kleine edoch tastbare deeltjes uiteen te vallen, op te stijgen, rond te dansen. Het was alsof de lucht vervuld was van duizenden ziek-makende onweersbeestjes.

‘s Middags was het dan zover. Een pionier onder de ziektekiemen had een huiszoeking ondernomen in mijn rechter-long, en daar een lade gevonden waarin het diertje zich maar al te graag wilde verstoppen. Als een grijpbaar maar ongenaakbaar stukje stof sprong het ding van lade naar lade, stootte dan de kast om, inspecteerde de schade en maakte dan nog meer kapot. Het is nog geen pijn die ik voel, noch wanhoop – het is eerder irritatie, een weten dat het onvermijdelijke aan het gebeuren is, een inschalen van de totale schadepost zoals die over een week (misschien tien dagen) wel bekend zal zijn. Het is een hoofdpijn die ergens rondspookt rondom je haargrens, een reserve-denken dat zich naar de voorgrond dringt zodra er in je “echte” leefwereld een pijnlijke stilte voordoet. Juist daarom zoek je naar allerlei vormen van afleiding: Russische tekenfilmpjes over heksen in huisjes op kippenpoten, bijvoorbeeld.

(more…)

Success through Failure

I haven’t got a clue how they’re doing it. It seems as though it’s completely natural to them, those young lads and women surrounding me from every possible direction. Most of them seem to be interacting with one another in between breaths – others are scouring for possible prey, or are giving off signals that suggest the need of being eaten; everything is in perfect harmony, if it weren’t for me ruining everyone’s appetite.

Our conversation is nearing its pointless apex; the time has come to put our money where our mouths are. Almost an entire hour has gone by since I first addressed the subject of relationships – and although a poetic kind of realism managed to slip through here and there, most of our conversation will be long forgotten within the next few hours. Most of it will be replaced by memories of rancid cheeseburgers, stale beer and sweaty hips hidden underneath short skirts.

(more…)

B

Tja. “B”. Of “Bee”, voluit. Ik kan niet zoveel met je, beste letter “B”. Je hebt een duidelijk mannelijke inborst, een vol-harde bijklank die nochtans enigszins wordt afgeremd door iets zachtzinnigs; als was je een topsporter met een gesofisticeerd gevoel voor humor, of een stevige boerin in lange kaplaarzen, op zoek naar de eerste scheuten die het licht boven de aspergebedden proberen te bevatten. Je bent geen “P” en zult het ook nooit worden; woont enkel in elkaars omgeving en drinkt in de dezelfde pub. Je praat met weinigen en weinigen praten met jou; iedereen vindt het wel goed zo, eigenlijk.

Je vervolgklank, de “e” (hooguit “u”), hoort bij je als een wederhelft. Zonder haar ben je als een vis op het droge: een lamme klank van iemand waarvan de mond is dichtgenaaid, een geluid waaruit een gebrek aan intelligentie kon worden opgemaakt, de rest van het alfabet feitelijk onwaardig. Geen enkele inspanning verwacht je van die vreemdsoortige roze slang onderaan ons gehemelte: je stelt je tevreden met een lichte uitzetting van de wangen en een plichtmatig uitblazen van lucht langs de binnenkant van onze lippen.

(more…)

Swing, swing

Funny how little effort it takes for one’s mood to swing from one end of the spectrum to the other. No idea if this “spectrum” is circular in shape or perhaps an endless, ever-widening gap dividing the various sets of mankind’s emotions into strangely-familiar yet distinctive and separate bits and pieces. It doesn’t really matter, either: mood swings feel completely unnatural in retrospect, regardless of anything.

Take last Thursday, for instance. Since I’ve more-or-less familiarized myself with my new (school) surroundings by now, the actual lessons and chatter surrounding these are beginning to feel like second nature already. I’ll make some stupid jokes about something slightly-related to the subject at hand; some persons around me will start laughing (often just because they’ve seen others do the same). I’ll then listen to my neighbour’s follow-up and return his/her earlier favours. Lessons start, we’ll all write down the same notes (in various degrees of sloppiness), the teacher will make his/her joke, some of us will laugh and others will laugh at such laughter again. Setting nor situation is particularly suitable for or vulnerable to mood swings.

(more…)

Het Oneindige Verhaal van het Onbeëindigde Verhaal (6)

Vandaag eens zonder plaatjes: wellicht bevestigt zulks de “boekvorm” wat beter. Indien u een andere mening bent toegedaan, laat het gerust weten.

Wakker, nachtmerrie

Het duurde even voordat het tot hem doordrong, maar na een aantal tellen merkte Martin op dat er iemand langs hem en de lappen pop in zijn handen heen liep. Terwijl de schim de eerste stappen op weg naar zijn persoonlijke afgrond afrondde, verzocht de jongeheer Schreuder om zijn hulp.

“Hé, Sam! Sam, breng eens een verbanddoos wil je? En rap een beetje! Die vrouw ligt hier half dood te bloeden!”

Suzanne had hem nog éénmaal in de ogen aangekeken, alvorens dan toch het bewustzijn te verliezen als gevolg van de eerder vermelde botspartij. Gedurende de afgelopen minuten was zij zo nu en dan weer bijgekomen, ondersteund door Martins kalme stem die had beloofd haar niet te verlaten. Door een combinatie van het slagboomincident en de geplande vergadering, was er in de tussentijd geen enkele persoon geweest om het verdwaasde koppel bij te staan – de meesten bevonden zich buiten op het parkeerterrein of binnenin de afgesloten, geluidsdichte kantine. Vaag had hij een glimp opgevangen van Juan, de Spaanse stagiair; het zou onmogelijk geweest zijn om de situatie aan hem uit te leggen, zonder nóg meer tijd te verliezen.

(more…)

Steekwoord “Geluid” ~klinkt als: (klank)

In een stilte ligt meer waarheid besloten dan in duizenden geluiden. En in al die duizenden geluiden zitten schakeringen van twijfel, een links- en een rechts afslaan terwijl de weg rechtdoor juist zo rustiek kan zijn.

Honderdduizenden pogingen tot geluiden proberen het gat tussen zin, bijzin en onzin te overbruggen door ofwel terug te treden naar de afwezigheid van hun aanhef, of zich te excuseren middels een zo breed mogelijk uitgevoerde collectie van informatie; ofwel – meestal eigenlijk – zich schaamteloos neer te leggen in het een rol van kortstondig falen: een schreeuw, een geeuw, een gesprek van en over niks.

Toch schijnen we er niet zonder te kunnen, zonder die geluiden, Hoe zouden we immers te weten komen, waarom Trein “A” opeens van spoor “2” in plaats van spoor “1” schijnt te vertrekken? Hoe zouden we die trein aan kunnen horen komen? Hij zou er gewoon opeens zijn, als een Toyota Prius die op de elektromotor rondjes over een parkeerterrein heeft gereden: te langzaam om verbazing op te wekken, te stil om niet onverwacht te zijn.

(more…)

Maria-Theresiastraat

Wat moet zo iemand wel niet van je denken, jongeman? Amper anderhalve week na jullie eerste kennismaking flap je er al de vreemdste nonsens ter wereld uit – “omdat het kan”, meen je te moeten zeggen. Maar kan het wel, ongeacht tegen wie?

Interpreteer je haar gezicht niet te vrijelijk, is zij wellicht een ijzersterk actrice? Lijkt haar half-bedekte levensverhaal al niet veel te filmisch om waar te kunnen zijn? Misschien speelt ze juist een spelletje met jou, die zelfbenoemde jongeman die meent dat iedereen wil delen in een kunstmatig soort frivoliteit… waarin je zelf allang niet meer geloven kan.

Maar toch denk ik niet, dat zij het speelde. De meeste mensen zijn in oprechte situaties (zoals een speelse verkenning van het wandelpad naar het treinstation) nog altijd “gewoon” oprecht van aard. Ik denk niet, dat ze ergens iets anders achter heeft gezocht, dan hetgeen je klaarblijkelijk bedoelde. En wat nog veel mooier is: ze deelde mee in die oprechtheid en danste rechte lijnen om naar lichte krommingen, draaide rondjes in je gedachtegangen terwijl ze strak vooruit de stoep bewandelde. Alles om haar heen – en jijzelf dus ook – vertoonde twijfel, stramheid, striemen van stramienen; alles binnenin haar straalt zozeer, dat ook haar uiterlijk niet achter kan blijven. Ja: het moet welhaast oprecht zijn geweest.

(more…)

Geflitste Flarden

Terugdenken heeft al geen zin meer. Vooruitkijken is slechts een blik op het heden, en dat dan zeer minutieus. Voor je het weet, ligt alles al achter je, moet je morgen van de andere kant komen om het onaangetaste verleden weer als een flard toekomstmuziek te beschouwen.

Reizen met de trein heeft z’n voor – en z’n nadelen. Een voordeel is dat alles op een gegeven moment vertrouwd gaat ogen: bepaalde bomen die de bovenleiding half lijken te kussen, maar morgen nog steeds aan al het rondreizend vrouwvolk voorbij zullen gaan; een deels-verbrand gebouwtje in de verte van een afgelegen weiland en de koe die er rondjes om heen loopt; station “Tienen”, geschreven op een blauw bordje in witte letters, omsingeld door twee rode paaltjes, opgedirkt door een roeptoeter en een schakelkastje. Je weet waar je bent en dat het meeste hetzelfde blijft: zelfs van baan verwisselen is hoogst ongebruikelijk in het spoorweg-metier.

Daarin ligt natuurlijk ook een nadeel, een saaiheid, een herhaling van patronen zoals de patronen in mijn eerdere post, die verwezen naar herhalingen van patronen in eerdere posts. Maar al te graag zou je zien dat ze dat half-afgebrande huisje afbraken, die deels-kussende boom ommaaiden; het bordje “Tienen” eens niet te zien zonder de juiste route te missen. Vertrouwen en vervelen zijn beide werkwoorden waarin een mate van moeite verwerkt ligt – maar om je écht te kunnen vervelen, moet je eerst vertrouwd zijn met hetgeen waarop je blijkbaar bent uitgekeken.


(more…)

Horten ` hor – ten (hortte, h. gehort)

Als tranen beginnen
en vallen in stilte,
dan lijkt er vanbinnen
van alles verdeeld en
weet niemand het antwoord.

Maar als huilen doet horen,
als wangen verzilten,
lippen verpruilen – verloren,
gevangen gedeelten –
dan is ‘t antwoord vervormd.

Dus ik huil met je mee
en lach om je tranen,
en verschuil dan ons twee
in ‘n dag zonder naam en
som teveel op.

(more…)

Ignoring the cycle

Things have changed for me during the last week: I’m running out of time, so it would appear, whereas I used to have lots of “free time” at my disposal just two weeks ago.

Then again: there’d always be the odd computer-related job here, some chores in dire need of taking care of, small fires lighting up the west wing of my country-house again – the usual. Every few weeks or so, I’d actually run out of time due to a string of events beyond my control, only to find myself sitting in front of a computer screen late at night. “A wasted day, all in all,” whispered a mini-me to myself, both too tired to come up with anything original; and so we slipped into a depressing kind of sleep, only to awake to the realization of yesterday having past entirely, and today already halfway-gone.

A wasted day, perhaps: but surely not as wasted as all of those other days, where I couldn’t even muster the strength to fire up a word processor and type in a few words. Rather, I’d stick to my usual routine of checking out the same dozen websites for hours on an end; interrupting the process every so often to go for a quick run, cook some dinner or read a few pages from the very last inter-war-related book off of my local library’s dusty bookshelves. Only to find myself sitting in front of a computer screen late at night once more. “You can’t afford to waste this day,” a little angel whispered softly in my ear, and indeed: something halfway original would appear on-screen before Morpheus managed to put on a lock on me for the next ten hours or so.

(more…)