Uitstapje naar de Hel

Het traditionele beeld van de Hel, waar tongen van donkerrode vlammen ontsnappen aan een veelkleurig geheel waarin een onbegrijpelijk lijden verholen ligt, lijkt in meer dan één opzicht achterhaald. Veel mensen geloven immers niet eens meer in de Hel als een feitelijke verzamelplaats van ellende; anderen denken er liever aan als een cryptisch soort hiernamaals, waarin geestelijk lijden de boventoon voert en de omgeving zich enkel naar die gemoedstoestand voegt. Voor meer en meer mensen lijkt de Hel compleet leeg en donker, een martelkamer ingevuld door de (op realiteit gebaseerde) fantasieën van iedere ongelukkige die daar terecht (en terecht) is gekomen.

Nergens zien we nog overvoede bromvliegen getooid in bokkenpruiken, bewapend met hooivorken en omgeven door de stank van zwavel en verraderlijkheid; weg zijn ook die gruwelijke, eeuwig-durende beproevingen als het ondersteboven rondzwemmen in een put vol onbeschrijflijk slijk. De Duivel is met pensioen en heeft een vakantiehuisje binnenin onze ziel gebouwd, zo lijkt de huidige moraal te gelden.

Maar er klopt niets van. De Hel is niet compleet gehuld in duisternis – ze is ook verre van leeg. Totale duisternis zou een zegen zijn vergeleken met de Hel die ik vandaag binnentrad: een gemeenplaats voor gruwelijk-verminkte half-levenden, die allen wanhopig liggen te kronkelen in de weerkaatsing van een bijzonder onaangenaam wit licht. Ledematen van lotgenoten stromen leeg in lauwe stromen anoniem grondwater, platgedrukt door de rijen en rijen van zondaars die zichzelf buiten mijn zicht in drassige modderpoelen gooiden teneinde een definitief einde te bereiken.

(more…)

3510

Een miniem gedeelte van de bovenste boekenplank kleurt eventjes groen; veel langer dan een seconde zal dit fenomeen nooit duren. Toch heeft deze onhebbelijke teint zich in die onmeetbare fracties van mijn leven reeds als het schoppenblad van een zachtaardige drakenstaart om mij heen gekruld, en ervaar ik deze vervreemdende worsteling na amper een week al haast als een onmisbaar gevoel van wederzijds vertrouwen.

Eigenlijk is het maar een onbetekenend schijnsel, een lichtje dat geen normaal-denkend mens ooit zou zijn opgevallen als een ander er niet over begonnen was. Een opflakkering van een giftige kaars die lang geleden voorgoed leek te zijn uitgedoofd – een relikwie uit een ver verleden, een tijd die doet denken aan de eeuw die ingeklemd zat tussen het laatste restje van de middeleeuwen en het vettige topje van de nieuwsgierige neus der verlichting. Dat lampje dat zo soms ineens aanspringt bovenaan mijn geïmproviseerde nachtkastje, het past eigenlijk nergens helemaal meer thuis. Juist omwille van dat onverklaarbaar-achterhaalde karakter ligt het lichtje altijd binnen handbereik. Het past nu eenmaal zo goed bij mij, die geest die wilde verdwalen in een moeras van neerslachtigheid en daarvoor een leidend lichtje behoefde. Wie kon ooit vermoeden dat hetzelfde lichtje zijn leven weer invulling zou gaan geven?

Een krachteloos piepje vergezelt de opzwellende groene gloed, en als zodanig word ik steeds wakker met de flarden van een verlopen soort groene klankkleur in mijn bewusteloze achterhoofd. Misschien is de minieme, lichtelijk-schelle toon net de druppel die de emmer doet overlopen – wie zal het zeggen. In ieder geval voelt het omkiepen van diezelfde emmer tegenwoordig eerder aan als een warm bad waarin ik en mijn restjes slaap elkaar om- en om naar beneden trekken, dan als die steeds terugkerende confrontatie met het bewaarheid worden van al mijn gedroomde mislukkingen van voorheen. Die giftige kaars was immers voorgoed uitgedoofd, zo leek het. Mijn bad zou eeuwig koud blijven en ik zou een anonieme verdrinkingsdood sterven, tegen een langzame zonsondergang waaraan geen horizon zich zou willen bezeren.

(more…)

Houd afstand

Soms is afstand eerder beschrijfbaar dan meetbaar; kun je tussen de poriën van twee verschillende vingers van twee verschillende eigenaars een soort hoogspanning voelen die ontrouw of verlatingsangst verraadt, terwijl de feitelijke afstand (of juist het totale gebrek eraan) anders zou doen vermoeden. Mensen wier handen elkaar zoeken als alternatief voor het gesproken woord: ze staan vaak reeds mijlenver van elkaar vandaan, worden enkel gebonden door een symbolische wanhoop van een onvermijdelijke ontmoeting.

De minst meetbare afstand van allen is dan ook juist die aanraking van twee aparte werelden die altijd één zouden willen zijn, maar voor eeuwig verdoemd blijven tot een kille tweedeling. Beide breinen sturen de verschillende vingers op andere wijzen aan, ontvangen de signalen van de ander tegenover hen ook via verschillende kanalen: slechts weinig gaat écht goed. Het smeden van de perfecte twee-eenheid is veelal een uiterst eenzame aangelegenheid; de waarheid doet de perfectie geen eer aan, immers. De waarheid kent kloven en rouwranden op beide vingers en beide handen; imperfecties die het hart heeft opgezocht opdat het brein ze moge vervloeken.

(more…)

Q & A

Het Antwoord is simpel,
gevormd als een vlek –
ontsierd door een rimpel,
ontdaan van zijn rek

Want iedereen ziet het,
en ikzelf nog ‘t vaakst;
De spiegel verbiedt het:
De Vraag wordt gewraakt.

Toch blijft ‘t komen,
die laster, dat rot;
Dat zagen en bomen
van basten en knot

‘t Sloopt mij, ‘t doodt mij,
‘t Hoopt en ‘t quote mij;
‘t Haat vooral zichzelf
‘t Antwoord verstoot mij:
‘t noopt me tot tweestrijd,
‘t deelt zich dan door elf

De Vraag, niemand stelt haar –
ze loont niet de moeite;
Ja: graag wil men weg daar –
dat Antwoord, wat boeit ‘t?

(more…)

Of Libraries and Time shortages

Perhaps it’s not such a bad idea to introduce some of my latest acquisitions in public, every now and then. Despite my regular blabbering-on regarding all kinds of nothingness, there’s still some room left to discuss bits and pieces such as books and novels – stuff written by others, (to be) read by yours truly. If you were paying attention while browsing through this website’s contents, you might have noticed the “Currently reading/ learning” & “To-do Pile” stacks on the right-hand side of your screen.

I’ve basically got rid of most of my initial to-do pile, save for two books I actually bought during my stay in Ieper (these are bound to circle the drain of procrastination forever). As of late, I’m rebuilding said pile whilst simultaneously browsing through potentially-interesting material; as a result, things might shift from one pile to another without my mentioning it. School has taken up large chunks of my free time, which is why I haven’t had the time to invest large amounts of effort on reading one (or two) books in particular.

(more…)

Onhaalbaar

Duizenden vrienden vervreemden zich van mij
en dus zoek ik elke dag naar nieuw geluk;
Blijf luisteren naar meningen die leven dichtbij:
‘n kus of ‘n boek, ‘n vlag ofwel barkruk.

Maar de kus vervliet en het boek is al uit
en de vlag valt stil als gekraak weerklinkt;
De kruk verschiet tot een verloren geluid,
de dag wordt geel als de smaak die men drinkt.

Wanhoop, het treft mij – mijn vrienden steeds minder:
ik zie hen niet graag als slechts lomp gewicht;
Maar al wat ik nu schrei, ‘t wordt nooit ‘n vlinder –
het valt al vandaag bij gebrek aan ‘n uitzicht.

Mijn vrienden zijn woorden, mijn ruzies herhaling –
de stiltes zijn eenzaam maar altijd bij mij;
Ze grienen en moorden – illusies met maling
aan veel te vaak stilstaan bij drukdoenerij.

De lezer, hij weet ‘t – verwordt tot een vrouw,
verbeeldt zich de keuzes maar ziet ‘t patroon;
Geneest dan ineens en, trots als een pauw,
verdeelt dan mijn leuzen in “niets” en “gewoon”.

(more…)

Ziek zijn, zieker worden

Het begon als een stem in mijn hoofd, vorige week woensdag: een stem die verhaalde over de hoestende eenling achterin een treinwagon, over het lot dat mij op de hielen zat en – al naar gelang mijn aftakelende conditie – met steeds bredere schreden en diepere halen voorbij wou snellen. Op donderdagochtend, de 17e oktober (een datum waarin toch een zeker revolutionair elan verscholen ligt) van het jaar 2010 (even nietszeggend als het jaar 1910), staarde het virus mij al in het gezicht vanachter een bevende krant, slechts twee stoelen verderop. De lucht vergrijsde, alsof het zwakke geel onderaan de bagagerekken als een uitgedunde waterval op een onzichtbare barrière van rook en ellende uit elkaar viel, om dan in kleine edoch tastbare deeltjes uiteen te vallen, op te stijgen, rond te dansen. Het was alsof de lucht vervuld was van duizenden ziek-makende onweersbeestjes.

‘s Middags was het dan zover. Een pionier onder de ziektekiemen had een huiszoeking ondernomen in mijn rechter-long, en daar een lade gevonden waarin het diertje zich maar al te graag wilde verstoppen. Als een grijpbaar maar ongenaakbaar stukje stof sprong het ding van lade naar lade, stootte dan de kast om, inspecteerde de schade en maakte dan nog meer kapot. Het is nog geen pijn die ik voel, noch wanhoop – het is eerder irritatie, een weten dat het onvermijdelijke aan het gebeuren is, een inschalen van de totale schadepost zoals die over een week (misschien tien dagen) wel bekend zal zijn. Het is een hoofdpijn die ergens rondspookt rondom je haargrens, een reserve-denken dat zich naar de voorgrond dringt zodra er in je “echte” leefwereld een pijnlijke stilte voordoet. Juist daarom zoek je naar allerlei vormen van afleiding: Russische tekenfilmpjes over heksen in huisjes op kippenpoten, bijvoorbeeld.

(more…)

Success through Failure

I haven’t got a clue how they’re doing it. It seems as though it’s completely natural to them, those young lads and women surrounding me from every possible direction. Most of them seem to be interacting with one another in between breaths – others are scouring for possible prey, or are giving off signals that suggest the need of being eaten; everything is in perfect harmony, if it weren’t for me ruining everyone’s appetite.

Our conversation is nearing its pointless apex; the time has come to put our money where our mouths are. Almost an entire hour has gone by since I first addressed the subject of relationships – and although a poetic kind of realism managed to slip through here and there, most of our conversation will be long forgotten within the next few hours. Most of it will be replaced by memories of rancid cheeseburgers, stale beer and sweaty hips hidden underneath short skirts.

(more…)

B

Tja. “B”. Of “Bee”, voluit. Ik kan niet zoveel met je, beste letter “B”. Je hebt een duidelijk mannelijke inborst, een vol-harde bijklank die nochtans enigszins wordt afgeremd door iets zachtzinnigs; als was je een topsporter met een gesofisticeerd gevoel voor humor, of een stevige boerin in lange kaplaarzen, op zoek naar de eerste scheuten die het licht boven de aspergebedden proberen te bevatten. Je bent geen “P” en zult het ook nooit worden; woont enkel in elkaars omgeving en drinkt in de dezelfde pub. Je praat met weinigen en weinigen praten met jou; iedereen vindt het wel goed zo, eigenlijk.

Je vervolgklank, de “e” (hooguit “u”), hoort bij je als een wederhelft. Zonder haar ben je als een vis op het droge: een lamme klank van iemand waarvan de mond is dichtgenaaid, een geluid waaruit een gebrek aan intelligentie kon worden opgemaakt, de rest van het alfabet feitelijk onwaardig. Geen enkele inspanning verwacht je van die vreemdsoortige roze slang onderaan ons gehemelte: je stelt je tevreden met een lichte uitzetting van de wangen en een plichtmatig uitblazen van lucht langs de binnenkant van onze lippen.

(more…)

Swing, swing

Funny how little effort it takes for one’s mood to swing from one end of the spectrum to the other. No idea if this “spectrum” is circular in shape or perhaps an endless, ever-widening gap dividing the various sets of mankind’s emotions into strangely-familiar yet distinctive and separate bits and pieces. It doesn’t really matter, either: mood swings feel completely unnatural in retrospect, regardless of anything.

Take last Thursday, for instance. Since I’ve more-or-less familiarized myself with my new (school) surroundings by now, the actual lessons and chatter surrounding these are beginning to feel like second nature already. I’ll make some stupid jokes about something slightly-related to the subject at hand; some persons around me will start laughing (often just because they’ve seen others do the same). I’ll then listen to my neighbour’s follow-up and return his/her earlier favours. Lessons start, we’ll all write down the same notes (in various degrees of sloppiness), the teacher will make his/her joke, some of us will laugh and others will laugh at such laughter again. Setting nor situation is particularly suitable for or vulnerable to mood swings.

(more…)