‘t Is Gelukkig niet mijn Keuze

Tja: véél zijn ‘t er niet,
daarboven op een wolk voor mij;
Als je ‘t journaal dan ziet
waarin gewoon ‘n volk wegdrijft
dan heeft men ‘t daar druk genoeg.

Maar ik huil niet te hard en ik juich niet te vroeg;
sommigen daar, ze kennen me toch.
En ze hebben niets met Pakistan
– dat ligt er maar, en morgen nog –
plukjes Limburg nu en dan;
dat is het wel.

Tja, dat stel daarboven;
ze hebben niks om handen.
En ik kan hen niet geloven
God in de Lage Landen
kijkt nauwelijks om Zich heen.

‘t Was pas toen mijn pen verdween
dat ik terugdacht aan de Hemel.
‘t Is maar een pen,
‘t is geen Polen – hooguit Memel,
‘n rare stem en dat is dat.

Maar in m’n pennenbakje
– in ‘t derde gat nog wel –
daar prijkt, op z’n gemakje,
een afgekloven schimmenspel;
Een potlood dat er niet thuishoort,
kapot en rood en onverstoord.

Het wil mij graag verbeteren.

Op dit moment heeft het gelijk:
Zij zijn dood, zien mij als lijk,
willen mij hun kant op sturen;
Als takken van ‘n grote eik
wijzend naar Gods Koninkrijk,
Vechtend tegen zwavelzuren.

Eens zovelen, zoveel meer
– bidden zal hen niet meer baten –
kijken op naar onze Heer;
ze kunnen ‘t gewoon niet laten.

En tussen hen, in ‘t magma,
badend in ‘t kokend lood,
een ziel – ze zwemt, denkt “Ja, wacht maar;
stiekem ben je onze Dood;
Binnenkort kom jij ons halen,
wil je mij een handje geven;
zul je naar naar mijn bad afdalen
en in ruil hier eeuwig leven.”

Tja, dat stel daar beneden;
‘t is hun enige vertier;
Maar al zoveel jaar geleden
verwierp ik toch de Hel alhier;
in Satan zie ik ook geen been.

‘t Was pas toen mijn pen verscheen
dat ik stemmen dacht te horen.
‘t Is maar een pen,
‘t is geen Praag – ‘n watertoren,
‘n kabbelen van avondeten.

Maar in mijn pennendoos:
– plotseling een leegte, echt!
Het potlood, bang of boos,
heeft wellicht de rug gerecht
spleet naar ik meen – zonder risico’s te nemen –
compleet in twee’n en nam toen snel de benen.

Het heeft mij toch maar opgegeven.

Zodoende sta ik op een lijst
waarnaar wolk en wraak verwijst;
Een staat van lange duur.
Want terwijl de wolk vergrijst,
Houdt de wraak zich nog gedeisd;

Men laat mij in ‘t Vagevuur.

© Bladsite 2010

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.