De angst voor inspiratie

Behalve luiheid, trendgevoeligheid en een gebrek aan tijd, had mijn ongeïnteresseerdheid betreffende boeken nog een (ietwat elegantere) oorzaak: de angst om geïnspireerd te raken door de werken van anderen. Dat klinkt nogal paranoïde en megalomaan – bijkans de modus operandi van dit blog – maar eigenlijk is het eerder naïef en aandoenlijk.

Nemen we weer het doel van het schrijven van boek voor ogen, dan wordt voornoemde angst iets begrijpelijker. Wat je niet gelezen kan hebben, kan je niet geïnspireerd hebben; en het kan dus zeker niet leiden tot (beschuldigingen van) plagiaat. Alles wat je schrijft, heb je verzonnen “uit eerste hand” – het is puur, de woorden zijn jouw beeldspraak, hooguit plagiaat-voer voor anderen die zo stom zijn om het te lezen.

Zoals ik al zei: de naïviteit spat er eigenlijk vanaf, vergezeld door toch weer een zweempje van arrogantie en minachting. De niet-beïnvloedbare mens is een lege huls, een orakel dat gelooft in zijn eigen bestaan lang nadat het tot museumstuk verworden is. Overal om ons heen verandert de wereld, toont ze die dynamiek via beeld en geluid, geuren en smaken. Om zulks niet aan te voelen moet men inderdaad naïef zijn – maar gevraagd naar een beschrijving van de veranderende wereld, zal zo’n naïeveling wel met verfrissende ideeën op de proppen komen. Denk gewoon maar aan een film als Forrest Gump, waarin de hoofdpersoon via zijn simpelheid ver boven de middelmaat weet uit te steken.

Daar hebben we mijn probleem al te pakken: ik heb Forrest Gump gezien. Honderden films heb ik gezien, duizenden scènes met daarin geweldige gebeurtenissen en citaten; hoe kan ik zo volhardend zijn geweest, om te denken dat boeken niets van doen hebben met films? Zijn het mijn luiheid (een film kijken vergt voor iedereen evenveel tijd; een boek lezen kan dagen, weken in beslag nemen), de trendgevoeligheid (die-en-die actrice speelt erin mee, wat doet het verhaal er toe?) die de film als de mindere van het boek doen lijken?

Maar dat is toch helemaal niet eerlijk! Bij elk schrijven van gewicht proberen we onszelf namelijk een voorstelling van de situatie te maken – een soort boven-oogse film, zogezegd. Telkens als we terugbladeren of vooruitkijken, draaien de virtuele filmrollen vrolijk mee; als de projector vast slaat dan heet dat een “Writer’s block”. Nu goed, ik ga die analogie niet te ver doortrekken, het begint al behoorlijk afgezaagd te klinken. Bovendien kan ik me herinneren, dat er in de post van gisteren ook al iets over “films versus boeken” staat… Help! Ik raak geïnspireerd door mijn eigen werk.

Eigenlijk is het toch wel leuk om even voort te borduren op die zogenaamde “puurheid” van de ongeïnspireerde schrijver. Leuk en angstig. Laat het eerste voor het laatst bewaren, en eerst op het “angstige” element ingaan. De voorgaande twee eeuwen hebben ons immers geleerd, dat deze theorie van “oervormen” het “origineel” verafgoden en het zich zelfs ten doel stellen – terug naar de simpele mens, weggerukt uit zijn hedendaagse complexiteit waarin verschillende ideologieën tweedracht zaaien en de maatschappij in stukken splijten. De simpele mens is enkel verenigd met het leven op zich (en alle benodigdheden die daar uit voortvloeien) en de bodem waarop hij dit leven leidt. In Hitler’s Duitsland heet deze theorie “Blut und Boden”; in het Tsaristische Rusland zocht Tolstoj naar de binding met het platteland, en met hem vele andere Russische intellectuelen (denk vooral aan Herzen). Natuurlijk diende men de simpele mens in beide voorbeelden naar een hoger niveau te tillen – maar feit blijft, dat zowel de Duitsers als de Russen dus uitgingen van de keuterboer als ideaalbeeld.

De veroveringstocht die volgde uit “Blut und Boden” en het charmeoffensief van de Russische intelligentsia liepen allebei op niets uit – ja, vernietiging en genocide in het eerste geval, en verwijdering en desillusie in het geval van de Russen. De simpele mens had gefaald, of de complexe mens kon zich niet verenigen met zijn basisvorm. De boeren bewerkten het land, droegen de opbrengst af aan anderen en kwamen zelf nauwelijks aan eten toe; laat staan aan het roepen van partijleuzen1 of het openstaan voor impressionistische kunstvormen. Simpele mensen die onkneedbaar bleken, daar hadden zowel machtige als intellectuele mensen maar weinig aan. Ze schreven er boeken over, herzagen theorieën en voerden die soms met alle geweld in de praktijk uit. De keuterboer bleef ondanks alles maar een keuterboer; een armoedig leven van ondergeschiktheid, waarin de tijd ontbrak om dit lijden zelfs maar te beschrijven2

Zo wil je als schrijver toch niet dood gevonden worden? Ploegend, zwoegend, grofgebekt en vroom tegelijkertijd – maar constant bezig met overleven, een speelbal van de complexiteit waarvoor je toch geen tijd hebt. Alsof je de hele dag advertenties voor sexlijnen op moet stellen, waarbij alles geoorloofd is – spelfouten, goedkope retoriek – zolang het telefoonnummer maar klopt. Dan de jas pakken, de vrouw goedenacht wensen en om zes uur weer op. Iedereen op de redactie kijkt je minachtend aan, maar wat kun je anders? Jij voedt hen, opdat zij hun belangrijke stukken kunnen schrijven; opdat er af en toe één pias een klap op je schouder geeft en ook een aantal advertenties op begint te stellen. Maar voor hem of haar is het dan “inspiratie”, geen noodzaak. Het is naïviteit, minachting waaraan Tolstoj zich ook schuldig heeft gemaakt; een schrijver die miljoenen mensen heeft weten te raken, een volk compleet aan zich wist te binden en er een nieuwe oervorm van maakte.

Zoals beloofd: er is ook een leuke kant aan deze gekozen blindheid. Het leverde mij bijvoorbeeld een alleraardigst plot voor een boek op: een naïeveling, zoals ik die vroeger was, schrijft een succesvolle debuutroman en wordt vervolgens aangeklaagd door een Roemeense dame. Zij bezweert dat de bewuste roman gebaseerd is op één van haar werken (“Het IJzeren Paard”). Overtuigd van zijn “simpele” gelijk, pakt de jongeman de handschoen op en reist af naar de Roemeense rechtbank. Wat volgt is een rondreis door Europa (tot aan Boekarest), waarin de debuterende schrijver zoveel indrukken opdoet dat zijn boek zich als vanzelf herschrijft. Uiteindelijk kan hij ook zichzelf niet meer overtuigen van zijn aangenomen naïviteit. Het einde laat ik in het midden; de reis is belangrijker dan de bestemming, nietwaar?

En nu maar hopen, dat niemand zo naïef is om te denken dat bovenstaande geen mengeling is van “Secret Window”, Geert Maks “In Europa” en een paar eigen hersenspinsels. Het plagiëren van mijn plot heeft dus geen zin, beste lezer – ik was u al ruimschoots voor.

Maar aandoenlijk zou het wel zijn.


1) Natuurlijk genoot Hitler grote steun in de armzaligste (en niet toevallig agrarische) delen van zijn oorspronkelijke Reich; de situatie op het platteland van zijn herwonnen Lebensraum kan men daarmee echter niet vergelijken. Hitler vond dat al dat nieuwe land hem toebehoorde, en dat er “simpele” mensen moesten gaan wonen (en al woonden, denk aan de Wolga-Duitsers) die het pure bloed als een gigantische ader van Moskou tot Berlijn en via Kiev lieten pompen; de mensen die daar al woonden of er werden gevestigd, hadden vaak hele andere opvattingen.

2) Iemand als Maxim Gorky vormt hier een uitzondering op, maar zijn doorbraak bevrijdde hem van rechtstreekse armoede.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.