Kleine gedachten komen hier om te sterven

Op de één of andere manier leeft bij mij het idee, dat “kleine gedachten” de moeite van het vermelden niet waard zijn. Wel – laat ik preciezer en eerlijker zijn: dat idee leefde, totdat ik Twitter ontdekte, een prachtig medium immers om binnenpretjes met de buitenwereld te delen. En laat mij nu helemaal precies zijn, al is het enkel om het geweten te sussen: toch leeft bij mij nog steeds het idee, dat die kleine gedachten, die binnenpretjes, “tweets” of hoe je ze ook noemen wil… wel, dat het nog steeds verloren bijzinnen in een warrige paragraaf zijn.

De balans vinden is moeilijk. Twitter is verslavend en kan grote delen van je vrije tijd opslokken, zeker als je eenmaal de smaak te pakken hebt. Feitelijk wordt je de mogelijkheid tot het geconcentreerd nadenken over substantiële zaken vrijwel onmogelijk gemaakt, als je op Twitter bezig bent. Je bent meer bezig met het heroveren van verloren karakterlandschap terwijl je tegen de enorme datastroom probeert in te zwemmen, dan met het optimaal en volledig uitdragen van je boodschap – als je überhaupt al iets nuttigs te vertellen hebt.

Natuurlijk: Twitter is een nuttige vingeroefening om kernachtige teksten op te leveren, en de interactie met de immense gemeenschap vergoedt veel. Je voelt je meer “verbonden” omdat het contact “direct” is; daarbij vergeleken is het schrijven van een boek of zelfs een simpele blogpost een uiterst eenzame aangelegenheid. Met een boek of (elektronisch) manifest beoog je namelijk het uitdragen van een uitgedacht idee, zelfs in de extreme gevallen als nihilistische literatuur (immers, het is dan aan de heren en dames analytici om te achterhalen dat jouw boodschap feitelijk geen boodschap is). Vaak gaat er grof (en toch uiterst secuur) vooronderzoek vooraf aan zo’n onderneming; voortdurend worden er hoofdstukken of programmapunten aangescherpt of geschrapt – waarna de riedel zich weer herhaalt. In de tussentijd had men al honderden tweets kunnen twitteren; en misschien heeft men dat ook al gedaan. Misschien krijgen hedendaagse schrijvers wel inspiratie van en via Twitter. Aan de andere kant is Twitter enkel geïnteresseerd in het heden, de nabije toekomst die al plaatsvindt misschien – een boek over de vliegeigenschappen van de kloeke hoen heeft minder te lijden onder zulke tijdsgevoelige aandachtsbeperkingen.

Ik moet toegeven, dat Twitter mij wel heeft geholpen de liefde voor het (eenvoudige) dichtwerk terug te vinden. Vanaf het allereerste begin (nog maar enkele weken geleden) lanceer ik af en toe een niemendalletje via @bladsite die andere wereld in; af en toe bekruipt me het gevoel, dat het misschien wat te “Sinterklaasachtig” dreigt te worden. Ondanks al die kitsch en al dat kaf, moet ik echter toegeven dat er ook wel een aantal volkorenbroodjes is gebakken.

Alles herleiden naar lijden /
Oh heerlijke pijn; jij aanstoot van mij /
Tongval van zijde waarin ze ‘t zeiden /
Zang zong dan van dooddoenerij
| “Martelzang

Niet dat veel mensen er iets van mee krijgen: ik heb slechts 12 “followers” – mensen die vrijwillig mijn dagelijkse gedichte beslommeringen plegen te lezen. Dat is een extreem laag aantal, als je de gemiddelden gaat natrekken – maar feitelijk makkelijk verklaarbaar, aangezien ik kennissen noch collega’s ooit op het Twitter-account in kwestie heb gewezen. Mijn geliefde zus wist mij (snel!) te vinden, in plaats van andersom; een kwart van mijn followers heb ik via haar vergaard.

Eigenlijk vind ik het wel iets hebben, zo’n natuurlijk evolutie, het creëren van een compleet nieuwe wereld, die los staat van al het aardse dat je al (dan niet) bereikt hebt. Dat geldt niet alleen voor @bladsite op Twitter. Bladsite.nl (deze website dus) moet zijn eerste commenter immers ook nog verwelkomen, en dat is helemaal niet erg. In mijn eerste “echte” post op Bladsite komt die “zorgeloze” filosofie ook tot uiting: iedere uiting van gedachtegoed heeft zijn eigen publiek. Diepgravende of slecht-geschreven epistels worden in de regel door minder mensen interessant gevonden; maar voor degenen die wél komen opdagen om het te lezen, is zulke materie per saldo juist erg interessant.

Nu is ijdelheid mij niet vreemd – en de afgelopen dagen ben ik druk in de weer geweest met het begrijpen van Twitter; hoe de mechanismen en radertjes in elkaar steken en wie ze bedient. Het is een wereld op zich, maar erover schrijven is weinig interessant: het is immers al zo vaak vóór mij gedaan, beter, begrijpelijker, aansprekender ook.

Dus kom als vanzelf terug op mijn “kleine gedachten”, de twijfels die me besluipen als ik weer een binnenpretje op voel komen: deel ik het met een wereld die zich voor iedereen een béétje, maar voor niemand specifiek interesseert? Maakt die twijfel een verschil qua eindresultaat? Sterft op Twitter niet veel teveel, in veel te weinig woorden, in schoonheid? Zuigt het niet al mijn inspiratie uit me weg, die ik had kunnen gebruiken voor het schrijven van dat daadwerkelijk belangwekkende epistel, dat potentiële boek wellicht?

Zoveel “kleine gedachten”, zo weinig lijn en structuur. Op Twitter maakt dat niets uit. Op dit weblog staat het gewoonweg slordig en oninteressant. Maar toch laat ik het staan. Voor jou – omdat jij nu mijn “kleine gedachte” bent, en er dus mensen in jou geïnteresseerd zijn. Denk daar maar eens over na.

Commentaar overbodig.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.