Hartgemeen

Het hart is moe. Het voelt zich zwak en onbegrepen. In krachteloze pulsen probeert het een onbestemd verdriet van zich af te schudden – maar die neerslachtigheid beklijft als dikke druppels angstzweet in een ijle atmosfeer waarin het maar moeilijk ademhalen is. Het hart kan de slaap niet vatten en zeurt daarom het lichaam ook maar wakker, gelijk een zuigeling geplaagd door onvertaalbare nachtmerries.

hartgemeenWat wil je van me, mijn mooiste, liefste hart? Wat kan ik je vertellen, behalve hetgeen je al wist – dat ik niet zonder je kan? Waarom lijk je me niet meer te willen geloven?

Het hart antwoordt niet. Als een klein kind schurkt het zich snikkend tegenaan mijn borstkas en mist aldaar een moederborst, misschien, of een luisterend oor dat zich evenzeer tegenaan mijn lichaam durft te drukken. Het hartje schreit en zeurt en zucht om en om naar aandacht – zo ongelooflijk zachtjes en toch zo onwerkelijk merkbaar dat het al de rest in mij tot wanhoop aanzet: op dit moment lijkt slechts een ánder mijn hart nog te kunnen troosten.

Hoe vaak moet ik het nog zeggen, arm ding? Je weet toch dat ik alles voor je doe zolang wij tweetjes nog alleen zijn? Je snapt toch wel dat niet alles te forceren valt?

Of misschien snap je er totaal niets van – dat zou geheel begrijpelijk zijn. Het is allemaal ontzettend moeilijk om uit te leggen, ook: je bent nog maar zo jong, eigenlijk. Neem het van mij aan: je zou je juist gelukkig moeten prijzen om je huidige stemming. Wat je voelt, is de vergankelijkheid van onze gezamenlijke onschuld. Je beseft dat we iets moois aan het verliezen zijn en dat we het nooit meer terugkrijgen. Ik weet het: het is een pijnlijk proces, maar wanhoop niet – ook een volwassen mens mag nog weleens naïef zijn, hoor. Onze dromen zijn nog niet geheel verloren.

Kun je jezelf een tijdje tevredenstellen met mijn zoete woordjes, lief klein hart? Heb je voorlopig nog genoeg aan mijn eigen omgekeerde handpalm om tegenaan te bonzen? Mag mijn luisterend oor zich weer héél eventjes op het hoofdkussen vleien, alsjeblieft?

Het hart is moe, ja – en ‘geheel tevreden’ nog in géén geval; echter heeft het wél de kracht hervonden om één dag langer dan vannacht weerstand te bieden aan die ontastbare druk van buitenaf. De tranen zijn niet opgelost, ze worden niet vergeten; maar langzaamaan glijden ze af naar een plek binnenin het lichaam alwaar ze dan tenminste toch verwerkt kunnen worden. Een dergelijk compromis levert wat gemoedsrust op; en zo, in de welgemeende hoop ooit nog eens in dromen te ontwaken, suste ik mijn hart weer lieflijk terug in slaap.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.