Horten ` hor – ten (hortte, h. gehort)

Als tranen beginnen
en vallen in stilte,
dan lijkt er vanbinnen
van alles verdeeld en
weet niemand het antwoord.

Maar als huilen doet horen,
als wangen verzilten,
lippen verpruilen – verloren,
gevangen gedeelten –
dan is ‘t antwoord vervormd.

Dus ik huil met je mee
en lach om je tranen,
en verschuil dan ons twee
in ‘n dag zonder naam en
som teveel op.

Dit schokken en beven,
‘t trillen en treuren;
Die brokken, dat kleven,
verschillende kleuren –
‘t is toch ook vreemd?

Zo vreemd dat ‘t rouwen
vergaat naar ‘n ander,
en meende te trouwen
met Prins Alexander;
De rest vergeten wij nu.

Pijn die dan mooi wordt
en nooit meer wil stoppen;
Azijn op ‘n vetschort,
op vleeslappen kloppen;
‘n Onvoorwoordelijk “Ja”.

Ja, als lichaam en lijden
elkaar dan weer vinden
en beschaamd allebeiden
– vergeten vriendinnen –
ons lieflijk wenken…

… dan rest ons het einde,
die tranen, dat ruisen;
Dan lest dorst de wijn en
wij samen vergruizen.

Portje inschenken?

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.