Hetgeen er gebeurd is

monsterDe tijd van herdenken is voorbij. Aangebroken is de tijd van ongemakkelijk uitstel: van het iets te willen zeggen, schrijven of aanpakken; maar ook van het er te verlegen, lui of geïntimideerd voor & door te zijn – van excuses variërend in legitimiteit gekenmerkt door één gemeenschappelijke deler: schuldbesef.

‘Uitstel’ roept bij elk fatsoenlijk mens iets van schaamte op, immers; en zolang die gêne voortduurt wenden we onze eigen blik liever van die van een ander af, hopend dat er snel weer iets gebeuren gaat waarop wij achteraf gezien zélf geen invloed hebben kunnen uitoefenen. Vorig jaar gebeurde er zoiets; en recentelijk hebben we dat dus herdacht.

Laten we het beestje maar weer eens bij de naam noemen: MH17, de vlucht die op 17 juli 2014 boven betwist Oekraïens grondgebied explodeerde, inmiddels inderdaad alweer meer dan een jaar geleden. Sommige mensen zullen zich misschien nog wel mijn stukje over die bepaalde vliegramp herinneren. Via die weg komen we weer aan bij mijn eigen (onbetekenende) uitstel van weleer; een adempauze die werd ingegeven door een nieuw soort van moedeloosheid mijnerzijds. Simpelweg gesteld ontbrak het mij aan inzicht op een situatie die er op dat moment enorm veel toedeed, voelde ik mij niet bevoegd om oordelen te vellen over op dat moment volstrekt onduidelijke zaken.

(more…)

The Germany of then, The Russia of now, and their individual 21-year long build-ups towards Global Escalation

No, I couldn’t think of a more gripping or less longwinded title for this article. Every item gets the headline it deserves, I guess – and this time the cliche proverbial saying ‘it is what it is’ seems quite fitting. To put it more clearly: what you’re looking at is a (somewhat forced) comparison between the geopolitical developments in Europe at the eve of World War II and the current Ukrainian crisis.

It occurred to me yesterday that such parallels were more likely to exist than those between WW1-Germany and current-day Russia, a comparison which heavily littered a recent (and very interesting, thought-provoking) Vox article on the subject of possible Global Escalation in our times. So I got to work and, after a few hours of picking my brain, came up with a mildly-entertaining take on my own hypothesis.

The German component in my favoured equation spans from 1918 up until 1939’ish; the Russian scenario starts somewhere in the mid-90s and theoratically ends in the not-too-distant future. That’s basically 21 years worth of tactical manoeuvres from either side of the equation. Not bad for one long night of brainstorming, is it?

(Although, admittedly, most of the ‘action’ takes place within a timeframe of only a couple of years. But, hey: ‘a 21 year build-up’ has a more dramatic ring to it than ‘a 16 month lead-in’, so let’s just leave it the way it was. This wretched headline can do without such trivial addendums anyway; it’s quite lengthy in and by itself.)
 

  • Clickable, all-in-one oversight maps that actually are very likely to confuse the reader:

    geopolitical geopolitical2

    Map 1: German geopolitics, 1918-39

     

    Map 2: Russian geopolitics, 1994-2015+

 
A few words on the basic premise, then: I tried to design and describe a chronologically-ordered set of parallels (labeled #1-6 in both maps and text paragraphs); a collection of facts & fables largely based on hindsight, with a little bit of recent experience thrown in for good measure. I’ve always considered myself somewhat of a WW2-buff; and having lived/worked in Russia for a while has given me ample food for thought with regards to the population’s current mindset and its future expectations.

However, nobody’s perfect; and although people regularly call me a ‘nobody’, I’m not claiming to hold the one and only truth on this matter. Obviously some parallels are a bit far-fetched: it’s not easy fitting an unclear present + unreliable future prediction into the simple framework of an established truth that is, say, a well-researched history book on the Rise & Fall of the Third Reich.

I’m aware of the fact that my article covers a delicate subject, which is we I’ve avoided tendentious terminology as much as possible (notice that I haven’t even mentioned ‘Nazi-Germany’ anywhere, for instance). I’m not comparing ideologies here: I’m comparing geopolitical developments & tactics. Just take this article for what it is: an interesting look at some of the more noteworthy parallels between two seemingly disconnected eras and empires.

Undoubtedly the article will be updated every now and then. I welcome your input, feedback and pointless yelling about who’s a Nazi and why exactly. Let’s all just find consolation in the fact that hardly any animals were hurt during the making of this fluff piece, okay? Cool.

(The sequence of events 1 through 6 will now be explained in detail, so please click the ‘(more…)‘ link below if you haven’t done so already).

(more…)

C’était Leu Vie

leuvieDe stad als een metafoor voor het leven: het is een beetje cliché – en met een stad als ‘Leuven’ liggen de stomme woordgrappen daarenboven gevaarlijk vaak voor het oprapen – maar laat ik mijn elitaire masker nu gewoon maar eens afzetten en ook zélf geleuven in hetgeen mijn hart me momenteel ingeeft.

Ja, mijn hart: ik heb het in Leuven teruggevonden, daar waar ik het toch reeds lang verloren had gewaand – en zonder zo’n hart kan men toch moeilijk leven. Vóór Leuven leidde ik ook maar een moeizaam bestaan, eigenlijk – totdat ik in 2010, op stomtoevallige wijze en na jaren van rede- en stedenloosheid, mijzelf verloor in de diepe donkere kijkers van een vreemdsoortig zwart gat op een enorme landkaart. Daar vond ik Rusland, ze sprak me aan; vervolgens begreep ik geen bal van wat ze nou bedoelde en zo verwees ze me naar Leuven, alwaar het redelijk goed Russisch leren is. Ik vond er al snel méér dan aanspraak alleen: ik vond er de meest uitgesproken vriendschappen van mijn leven, zij het met ongehoord jonge jongelingen of met onwaarschijnlijk gelijkwaardige eigenaardigen; en, Godzijdank maar wees vervloekt: ik vond er liefde op het eerste gezicht.

(more…)

Van ‘verst’ naar ‘verder’

Hallo iedereen.It's open, although it shouldn't be

Vóór mij op de tafel ligt een blad vol onuitgesproken gedachten. Het éne na het andere ongeboren woord schreeuwt er thans om aandacht in de hoop onvergeteld te kunnen raken, overschaduwd als het wordt door de lasten van het verleden. Want ja: de toekomst ligt aan de áchter- in plaats van de vóórkant van dit vel papier, dat is waar – dat is de waarheid, het streven; maar het zou naïef zijn te denken dat die waarheid kon bestaan zonder de achter-achterkant van haar eigen gelijk. Er is geen waarheid zonder dáárheid. En dáár, ja dáár wil ik het toch nog even over hebben.

Er is een reden waarom we ons soms machteloos voelen. Het is omdat er geen woorden voor onze eigen wantoestand bestaan. In het summum van onze wijsheid komen we nog altijd handen en voeten tekort om de beweeglijkheid binnenin onszelf te kunnen beteugelen. We praten over zielen en harten, bezwaard en gebroken. We huilen tranen die niet willen opwellen. Alles in ons lijkt al vast te liggen en daardoor zitten we op slot; aldus draaien we het vel papier vóór ons op de tafel als een sleutel om, in de hoop dat we de indrukken van de dáárheid kunnen overschrijven met dikke striemen van een welgemeend, maar clichématig doorzettingsvermogen.

Eigenlijk is het toch een belachelijke gang van zaken. Als de woorden niet bestaan, wat let ons dan om ze te ontwerpen? Wat let ons om wat letters binnenin ons locabuvaire om te draaien en het daarmee van nieuwe impulsen te voorzien? Enkel omdat een gedachte niet verwoord werd betekent niet dat ze per definitie onbestaat: het betekent enkel dat ze nog niet algemeen gedefinieerd is; en dat is juist een groot goed, want daardoor kunnen we er tenminste een éígen invulling aan geven. Ongeholen tranen zouden heus niet minder bitter hebben gesmaakt mocht het woord ‘verdriet’ nooit hardop zijn uitgesproken; dus vervloester die tranen dan ook maar als de verrijpelingen van uw eigen dáárheden, alstublieft.

(more…)

Iedereen in Niemandsland

Een waarschuwing vooraf: dit is een verhaal van zo’n 7 A4’tjes lang en het gaat bijna nergens over.

Een ieder mag mij voor gek verklaren en verder scrollen naar een grappig poezenplaatje met een pakkende tekst erop geplakt: dat is iets wat ik zelf ongeveer 10 keer per dag doe, hoor. ‘Wat een gelul’, hoor ik iemand al denken; en die persoon heeft op zijn eigen manier hartstikke gelijk. Neem een dubbele cerveza op mijn gezondheid, ouwe pik!

Maar goed, voor alle overige enkelingen: die lap tekst dan maar. Een nogal tegenstrijdig geval is het, die lap. Het is op het moment van schrijven namelijk uiterst eenzaam binnenin mijn bovenkamer en dat ben ik niet gewend. De éne na de andere pompeuze stilistische oprisping probeert zich momenteel via het denkraam binnenin die bovenkamer eenweg naar de buitenwereld te worstelen om dan uiteindelijk – geheel tegen de traditie in – een anonieme dood te sterven op het puntje van mijn verstomde tong. Op het moment van spreken lijkt het me een raadsel hoe ik ooit nog één enkel A4’tje volgebruld zal kunnen krijgen.

mh17vlag

Want, nee: dagen als deze lenen zich nietvoor vragen over interpunctie of neerbuigendheden omtrent incorrect ‘dt’-gebruik. Dagen als deze vormen tezamen een ellendig lang weekend waarin duizenden losse zinsdeeltjes elkaar ononderbroken naar het leven staan. Het is een tijd vervuld van anglistische punchlines en dramatische denkpauzes. Het is een tijd van stukjes tekst die net zoveel met zichzélf vechten als met de toehoorders ervan. Een tijd van herhaling is het, van terugkerende woordgroepen en uitgekauwde oneliners: van al die losse zinsdeeltjes dus, elke keer gevolgd door een nieuw punt gevolgd door een nieuwe punt. En nog een punt, en nóg één. ‘Moe’ zou je ervan worden – en ‘moe’ wordt ook dat stukje tekst zélf: het schijnt zich maar geen fatsoenlijk einde toe te kunnen bedelen…

(more…)

Boekbespreking ‘Bloodlands’ (Timothy Snyder)

9780099551799Dat Timothy Snyders ‘Bloodlands’ (NL: ‘Bloedlanden’) geen gezellige literatuur is, zou een mens uit zichzelf ook nog wel kunnen bedenken. Dat één en ander echter zelfs een doorgewinterde Interbellist en WO2-kenner als schrijver dezes nog wist te choqueren, dat klinkt al wat minder aannemelijk; maar zulks geschiedde dan toch.

Ziet u, ‘Bloodlands’ is eigenlijk één grote opsomming van ellende – de ergste soort van ellende, zelfs: van bovenaf opgelegde moordpartijen die we ons (gelukkig) nauwelijks nog kunnen voorstellen. Ja: we zijn bekend met de Holocaust, met Auschwitz vooral; en hoewel we ons dan reeds in het midden van het boek bevinden, zal ik hierbij al wat van die duizelingwekkende cijfers op u los laten: zo’n 5.4 miljoen joden werden systematisch afgemaakt, het merendeel daarvan in een tijdsbestek van 3 jaar en een half dozijn aan kampen. Auschwitz leverde ‘slechts’ 1/6 van alle doden op, waarvan de meesten in het vernietigingskamp Birkenau omkwamen. Vergeleken met het oorspronkelijke ‘werkkamp’ Auschwitz, dat 100.000 overlevenden telde, bleef de teller voor doodsfabrieken als Chełmno, Bełżec en Treblinka (II) hangen tussen de 0 en 5 overlevenden. Het tart elk voorstellingsvermogen.

Bovenstaande is een geschiedenis die de meesten onder u wel min of meer kent. Het is het oog van de storm, in de landen die vernietigd zijn door diezelfde orgie van geweld, tegenaan het midden van de 20e eeuw. De Holocaust is het aangezicht van naamloze statistieken waarmee werd aangevangen middels de Oekraïense Holodomor in 1932-33. De statistieken van die doelbewuste uithongering van een complete bevolkingsgroep doen een mens duizelen: om en nabij de 3 miljoen doden, waarvan een groot deel kinderen. We wuiven het weg alsof het niets is, de geschiedenis haalt zoiets in omdat grotere cijfers aanstaande zijn.

(more…)

Hartgemeen

Het hart is moe. Het voelt zich zwak en onbegrepen. In krachteloze pulsen probeert het een onbestemd verdriet van zich af te schudden – maar die neerslachtigheid beklijft als dikke druppels angstzweet in een ijle atmosfeer waarin het maar moeilijk ademhalen is. Het hart kan de slaap niet vatten en zeurt daarom het lichaam ook maar wakker, gelijk een zuigeling geplaagd door onvertaalbare nachtmerries.

hartgemeenWat wil je van me, mijn mooiste, liefste hart? Wat kan ik je vertellen, behalve hetgeen je al wist – dat ik niet zonder je kan? Waarom lijk je me niet meer te willen geloven?

Het hart antwoordt niet. Als een klein kind schurkt het zich snikkend tegenaan mijn borstkas en mist aldaar een moederborst, misschien, of een luisterend oor dat zich evenzeer tegenaan mijn lichaam durft te drukken. Het hartje schreit en zeurt en zucht om en om naar aandacht – zo ongelooflijk zachtjes en toch zo onwerkelijk merkbaar dat het al de rest in mij tot wanhoop aanzet: op dit moment lijkt slechts een ánder mijn hart nog te kunnen troosten.

Hoe vaak moet ik het nog zeggen, arm ding? Je weet toch dat ik alles voor je doe zolang wij tweetjes nog alleen zijn? Je snapt toch wel dat niet alles te forceren valt?

Of misschien snap je er totaal niets van – dat zou geheel begrijpelijk zijn. Het is allemaal ontzettend moeilijk om uit te leggen, ook: je bent nog maar zo jong, eigenlijk. Neem het van mij aan: je zou je juist gelukkig moeten prijzen om je huidige stemming. Wat je voelt, is de vergankelijkheid van onze gezamenlijke onschuld. Je beseft dat we iets moois aan het verliezen zijn en dat we het nooit meer terugkrijgen. Ik weet het: het is een pijnlijk proces, maar wanhoop niet – ook een volwassen mens mag nog weleens naïef zijn, hoor. Onze dromen zijn nog niet geheel verloren.

Kun je jezelf een tijdje tevredenstellen met mijn zoete woordjes, lief klein hart? Heb je voorlopig nog genoeg aan mijn eigen omgekeerde handpalm om tegenaan te bonzen? Mag mijn luisterend oor zich weer héél eventjes op het hoofdkussen vleien, alsjeblieft?

Het hart is moe, ja – en ‘geheel tevreden’ nog in géén geval; echter heeft het wél de kracht hervonden om één dag langer dan vannacht weerstand te bieden aan die ontastbare druk van buitenaf. De tranen zijn niet opgelost, ze worden niet vergeten; maar langzaamaan glijden ze af naar een plek binnenin het lichaam alwaar ze dan tenminste toch verwerkt kunnen worden. Een dergelijk compromis levert wat gemoedsrust op; en zo, in de welgemeende hoop ooit nog eens in dromen te ontwaken, suste ik mijn hart weer lieflijk terug in slaap.

Een schop in mijn kop

diesel-engine-turbocharged-16-cylinder-28678-2437233De naald van de benzinemeter staat op nul. Op de dieseldampen van mijn laatste kunnen kan ik nog éénmaal de hele wereld verwensen, alvorens er volledig toegewijd in te willen vervluchtigen. Ik heb me laten vertellen dat uitlaatgassen in het algemeen – en waarschijnlijk dieseldampen in het bijzonder – weliswaar niet gezond zijn voor de algehele gesteldheid van een mens, maar daar plaats ik graag een kanttekening bij: dergelijke rotzooi verplaatst zich namelijk onherroepelijk naar bóven, alwaar het opgaat in de wereld van het gespuis waarvoor ik thans ben weggevlucht. Dat zal ze leren.

Ja: u mag mij best een slappeling noemen. Ik neem de wijk voor een stel knulletjes dat luidruchtig een simpel avondje stappen beklonk met wat halflauwe pintjes in de kamer boven mij. Sterker nog: deze slappeling is muisjesstil op kousenvoeten vertrokken, opdat de heren eerderjarigen toch maar vooral geen last zouden ondervinden van de aftocht dezer gefrustreerde, gefaalde en bovenal overjarige student. God: wat heb ik die jongelui afgelopen nacht verwenst, alsof mijn hoge bloeddruk het dronken gelal en bijbehorend provocerend muurgeklop probeerde te overstemmen middels zoiets onbruikbaars als de aanvang van ‘s mans allereerste eerste hartaanval. Maar nee: ik ben een slappeling, mijn hart kan weigert de nobele dood der confrontatie te sterven. Het enige dat ik wist te bedenken waren meer bedenksels, zelfgeschreven scenario’s waarin ik in mijn eentje de stoere bink uithang tegenover drie piepkuikens die enkel in geschiedenisboeken de jaren ’80 hebben gezien.

(more…)

Dopjes-symfonieën

cubicleTja, hallo. Daar zijn we weer. ‘Vroeg op’ noch ‘laat aan het inslapen’.

U raadt het al: mijn bioritme is maar weer eens totaal naar de vaantjes. Aldus dwingt schrijver dezes zichzelf momenteel tot een dagelijks bibliotheekbezoek – op die manier vangt men nog enige snippers daglicht op én vindt er toch iets van ‘structurele productiviteit’ plaats. Het is een holistische ervaring, zou je kunnen zeggen: wie goed doet, voelt zich goed en beweegt als zodanig vanzelf met de juiste stroming mee. Zo heb ik dat tijdens het schrijven van mijn boekje gedaan, zo gaat dat nu dan ook weer. Op zich werkt voornoemde methode redelijk: op dit bepaalde moment heeft uw geliefde woordenartiest toch maar mooi drie uur aan reguliere nachtrust achter de kiezen. Dat belooft (‘veel goeds’, moet je in gewoon ‘Nederlands-Nederlands’ daar nog aan toevoegen) – hoewel er toch een kink in de kabel lijkt te zitten die een normaal dagritme mijnerzijds vooralsnog ernstig weet te verstikken.

Want wat blijkt: in een bibliotheek valt het lézen van een boek me zwaarder dan het schríjven ervan. Hoe ironisch en tegenstrijdig, hoe poëtisch maar totaal onpraktisch is dat eigenlijk: jezelf omgeven te weten door honderden en honderden monumentale geschriften, waarvan sommigen smeken om gelezen te worden terwijl anderen liever met rust worden gelaten; maar waarvan geen enkel exemplaar in diens individuele wens tegemoet wordt gekomen. Ik betrapte mezelf erop naar de ruggen van vuistdikke Wetboeken te kijken en naar hun gortdroge inhoud te raden, in plaats van me te concentreren op de relevante materie die me vanaf een glanzend tafelblad leek toe te schreeuwen in duizenden typische volzinnen zoals u die, als (hopelijk) trouwe lezer, ondertussen wel als onderdeel van mijn schrijfstijl zult herkennen.

(more…)

Overschreven (en verbeterd)

toreadorZij wordt Jou, dus Jij verdwijnt –
maar wat ik wou, blijft onderlijnd;
en elke letter van Jouw Naam
– die in van Haar, is terug te vinden –
vertelt in spetters Ons verhaal:
nieuwe waarden, lucht van ginder.

Zij wordt Jou – en nu al reeds –
in wondersblauw waarin ik schreef,
dat elke zin die hiertoe leidde
niet voor niets zal zijn gebleken;
dat dat begin zich al verwijdert
en vervliedt in pennenstreken.

Jouw verhaal loopt hier ten einde,
zou verbaal gewoon verdwijnen
mocht ‘t nooit zijn opgeschreven,
als ‘t niet was doorgestreept –
en toch, daardoor, zij Je vergeven:
zie, Je wordt zelfs voortgeleefd!

Zij wordt Jou, Jij bent verdwenen:
wat ik wou, ik heb het heden –
op mijn papier zijn Wij al echt,
de rest wellicht in mij in ‘n vouw;
En Jij bent hier en Zij is weg:
En “Ik” blijf “Ik”

____________


…maar “Jij” wordt “Jou”.